Suspense – 10

Eenmaal boven keken ze samen naar de pop in de badkamer, Mark lachte onbedaarlijk, strompelde naar de slaapkamer en viel als een neer op Iris’ bed. Hij had verteld dat hij thuis al had ingedronken en na de sixpack bier kon hij alleen nog keihard snurken. Toen hij zich op het bed liet rollen Iris zag dat er iets uit zijn broekzak viel. Een klein briefje. Voorzichtig liep Iris om het bed heen, pakte het briefje en vouwde het open. ‘Nummer aangepast zoals verzocht. Boodschappen bezorgd, props geplant. Wacht verdere instructies af.’ Wat? Had Mark hier iets mee te maken, deze rare fuck-up met de huisjes en de dingen die ze tot nu toe had gevonden? Waarom?

Iris ademde zwaar in en uit. Er klopte iets totaal niet. Hoe kon dit? Ze propte het briefje in haar broekzak. Het was pas 22 uur, ze ging niet slapen. Zeker niet naast Mark. Er moesten meer aanwijzingen zijn in het huis, iets wat haar zou helpen met haar speurtocht. Maar wat was het doel er eigenlijk van? Ze besloot om naar beneden te gaan en de brieven nog een keer door te spitten. Ze las alles in vogelvlucht nog een keer door, in chronologische volgorde. Bij de laatste brief van Lodewijk viel haar ineens op dat er verticaal iets in de kantlijn was geschreven, dat had ze eerder niet gezien. Ze draaide de brief en las: ‘Ga naar de bovenste verdieping en zoek onze plek, daar zal je veel duidelijk worden.’ Had dit huis een zolder? Zacht liep ze weer naar boven, ze hoorde Marks gesnurk. Ze opende de deur naar de kamer waar de kat had gezeten en keek omhoog. Er zaten plafondtegels, ze bekeek ze allemaal tot ze er eentje zag die scheef zat. Ze ging naar de kast waar de terracottapot op had gestaan, verschoof hem met moeite, het piepte en kraakte maar gelukkig hoorde ze geen geluid uit de slaapkamer. Toen de kast onder de plafondtegel stond, klom ze er via een stoel op en voelde boven haar hoofd, de plaat zat los en kon verschoven worden. Ze tilde hem hoger en opzij. Een stofwolk viel naar beneden en ze nieste. Ze viel stil en luisterde. Niks. Ze voelde in het gat, er was een kleine hendel, ze trok eraan en er kwam een kleine trap uitgeschoven, met drie treden.

“Ha!” riep ze uit, om meteen weer stil te vallen. Voorzichtig klom ze omhoog. Boven was een grote ruimte, waarin ze bijna kon staan. Er stonden kisten, paspoppen, fauteuils. Hoe was dit ooit hierboven gekomen? En wat zou Lodewijk hebben bedoeld met ‘onze plek’? Ze keek rond en zag een rode loveseat. Ze liep er naartoe en ging zitten. Er dwarrelde stof omhoog en ze hield haar neus dicht. Ze voelde in de naden van de bank en onder het kussen. Ze voelde iets, van papier. Ze trok het weg en zag wat het was: een envelop met een officieel zegel erop. In de linkerbovenhoek stond ‘Notariskantoor van Weesp’. Ze keek nog even verder op de zolder, zag in de kisten alleen oude kleren. Ze klom met de brief naar beneden en ging op de stoel zitten. Ze verbrak het zegel en begon te lezen. Het was een testament.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.